Smalle autoloze straatjes vol speelgoed en klapstoelen. In de Zeven Steegjes is het zomer. De één rijdt scooter en dart in buurthuis De Sjuut, de ander is nieuw en geabonneerd op granola. Bij gebrek aan tuin zitten we neus aan neus. Zeven columns over mijn leven in een Utrechtse volksbuurt.
column 3 van 7
‘De straat gaat open hè.’
‘Ik las het in een brief. Twee maanden zand in huis.’
‘Twéé? Ik dacht één.’
Als twee buren iets bespreken wat de steeg aangaat, komen er snel meer bij. Zoals nu buuf Maud. En Tinus, die volgens sommigen denkt dat hij de burgemeester is.
‘Ik had een nietthuisbriefje,’ zegt buuf Maud. ‘Of ik glasvezel wil. Van m’n leven niet. Ik bel ze morgen meteen.’
‘Dan leggen ze het alsnog aan,’ zegt Tinus, ‘maar steken er twee sprieten uit de stoep bij je deur.’
Commotie.
K. en ik zaten ons tot dan toe afzijdig te houden op ons bankje. Maar K. bezwijkt. ‘De straat gaat open vanwege het warmtenet. Niet vanwege de glasvezel.’
Ik vul aan: ‘Maar glasvezel doen ze ook meteen. Omdat de straat toch openligt.’
‘Echt?’ zegt K. ‘Ik dacht dat glasvezel later kwam.’
‘Ik wil die sprieten niet,’ zegt buuf Maud agressief. ‘Maar ik wil ook geen… hoe heet het nou?’
‘Glasvezel.’
Tinus gebaart naar de autostraat bij de Singel. ‘Negentien parkeerplekken naar de kloten. Ook mijn invalideplek. Maar ze hebben mooi pech. Ik blijf gewoon staan, ik ga nergens heen.’
‘Gelijk heb je. We zijn ook bar slecht geïnformeerd.’
‘Nou, ja, we hebben acht brieven gehad,’ zegt mijn vriend. ‘En mails.’
‘En huisbezoekjes,’ zeg ik. ‘Vandaag nog een. Er kwamen Limburgers langs de deuren om te vragen waar de glasvezeldraden het huis in mogen.’
Ik had er een binnengelaten, die met iPad in de hand de opties aanwees: ‘Dáár kan het – zou ik niet doen. Dáár kan het – zou ik ook niet doen. Dáár. Daar zou ik het doen.’ Hij wees naar de verste hoek, aan de kant van de voorgevel.
‘En hoe komen die draden daar dan?’ vroeg ik bezorgd; ik zag ze al langs de plinten lopen.
‘Boren,’ zei de Limburger. ‘Dwars door de gevel.’ En toen hij mijn gezicht zag: ‘Op een heel professionele manier.’
Terwijl ik dit aan de buren vertel, krijgen ze een gestoorde blik in hun ogen.
‘Het is een monument! Door de gevel? Van m’n leven niet.’
‘Op een heel professionele manier,’ zeg ik.
Tinus heeft een vraag voor K. ‘Maar het warmtenet zei je, wat is dat dan?’
Even later, binnen, zegt mijn vriend nogal hautain: ‘Ik snap die chaos niet. We hebben acht brieven gehad.’
‘Toch wist jij ook niet van de glasvezel.’
Als hij zijn Outlook opent is er mail van het glasvezelbedrijf, met een iPad-foto van onze verste hoek waar de Limburger een cirkel omheen én een pijl naartoe heeft getekend.
‘Ze doen er echt alles aan om ons goed te informeren,’ zeg ik, een beetje ontroerd.
‘Wacht – steken dáár straks twee sprieten uit?’

De (nu monumentale) huisjes werden vanaf 1842 gebouwd voor werknemers van bierbrouwerij De Boog en grote rooms-katholieke gezinnen. In 1952 kregen de woningen pas een eigen wc en in 1994 een complete opknapbeurt.

Geef een reactie