Smalle autoloze straatjes vol speelgoed en klapstoelen. In de Zeven Steegjes is het zomer. De één rijdt scooter en dart in buurthuis De Sjuut, de ander is nieuw en geabonneerd op granola. Bij gebrek aan tuin zitten we neus aan neus. Zeven columns over mijn leven in een Utrechtse volksbuurt.
Column 7 van 7
De buren weten niet dat ik een boek schrijf. Dat heb ik ze niet verteld. Ook niet de leukste buurvrouw wanneer zij citroenmelisse uit haar moestuin langsbrengt en vraagt hoe het gaat, wat ze dan ook echt lijkt te willen weten.
Zes jaar geleden kreeg ik van een zekere uitgeverij een intentiecontract: een jaarcontract voor een beginnend auteur dat zoiets wil zeggen als: ‘Als het niks wordt met die debuutroman, zitten we niet aan elkaar vast.’ Ik heb het met trots ondertekend. Een foto ging op Insta. Iedereen mocht het weten. ‘Hoe gaat het met je boek?’ vroegen mensen me vaak. Toen na een tijdje mijn redacteur en wat andere belangrijke types bij de uitgeverij opstapten, ebde mijn intentie weg. Niemand meer die me deadlines gaf – een lekker gevoel. Vervelend was alleen dat na verloop van tijd duidelijk werd dat ik deadlines nodig heb. Ik bleek over zo weinig zelfdiscipline te beschikken dat er maanden voorbijgingen waarin ik geen woord op papier zette en alleen over het verhaal nadacht, wat volgens aardige mensen een belangrijk onderdeel is van het schrijfproces, en gekleurde Moleskine-notitieboekjes kocht, wat ik zelf neig te zien als óók een belangrijk onderdeel van het schrijfproces.
Een schrijver met wie ik een blauwe maandag brieven uitwisselde, schreef een keer: Als ik moest kiezen tussen een maand niet aan mijn boek werken en een maand droog brood eten, koos ik dat laatste, wat ik vreemd vond. Ik zou dat eerste kiezen, voor mij zelfs een normale gang van zaken. Ik werd er wat onzeker van: was ik dan wel een echte schrijver? In de jaren erna, waarin ik voor elke stap vooruit ook een stapje achteruit deed, kwam daar spijt bij: ik had niet van de daken moeten schreeuwen waar ik mee bezig was. ‘Hoe gaat het met je boek?’ Degenen die het nog durfden te vragen keken erbij alsof er elk moment een bak vol drillend gelei boven hun hoofd kon omkiepen. Alsof zij zich bij nader inzien ook afvroegen of ik wel een echte schrijver was. Aardige mensen stelden me gerust: ‘Dat is verbeelding. Echt niemand is met jou bezig.’
Degenen die het nog aandurfden keken erbij alsof er elk moment een bak vol drillend gelei boven hun hoofd kon omkiepen.
In 2022 vroeg degene die mijn literair agent zou worden of ik dit specifieke boek eigenlijk nog wel wilde schrijven. Die vraag had ik mezelf ook soms gesteld en elke keer, net als nu, was het antwoord ‘ja’. Want wannéér het me lukt ervoor te zitten krijg ik dat heerlijke bezeten gevoel dat mijn penvriend kennelijk de hele dag door heeft, waar broodbeleg inderdaad slecht tegenop kan. Hoofdpersonages Luise, Jut en Sim breng ik met passie in de problemen. Dankzij Agent braken er betere jaren aan: ik had weer deadlines en kwam in een ritme. Wat een pacemaker voor een hartpatiënt is, is Agent voor mij.
De buurvrouw klopt op de openstaande voordeur. ‘Hoe is het met je?’ vraagt ze als ik het bosje citroenmelisse aanneem. Op tafel staat mijn laptop open: morgen deadline. ‘Goed,’ zeg ik. Het kan zomaar zijn dat ik het binnenkort vertel.

De (nu monumentale) huisjes werden vanaf 1842 gebouwd voor werknemers van bierbrouwerij De Boog en grote rooms-katholieke gezinnen. In 1952 kregen de woningen pas een eigen wc en in 1994 een complete renovatie.

Geef een reactie