Kaapse kruisbessen

In de categorie:

Geplaatst op:

Leestijd:

3 minuten
Kaapse kruisbes Fenna Riethof

Smalle autoloze straatjes vol speelgoed en klapstoelen. In de Zeven Steegjes is het zomer. De ene bewoner rijdt scooter en dart in buurthuis De Sjuut, de ander is nieuw en geabonneerd op granola. Bij gebrek aan tuin zitten we neus aan neus. Zeven columns over mijn leven in een Utrechtse volksbuurt.

column 1 van 7

‘Môgge, lekker aan het forenzen?’

Zoals elke ochtend zit Jikke in de zon voor haar huisje, met haar broekspijpen opgetrokken omdat ze haar benen te wit vindt. Die zijn zo wit, omdat ze altijd een lange broek draagt om haar witte benen te verbergen. Ze heeft Oom Oswald al uitgelaten, haar bejaarde hondje met overbeet.

Ze weet sinds kort dat ik niet alleen in de Zeven Steegjes woon, maar er ook mijn werkplek heb. Met vijf andere zzp’ers huur ik al jaren een kantoor boven De Sjuut – als ik achter mijn bureau zit, hoor ik Jikke soms iets naar een andere buur roepen.

Jikke, nog lachend om haar vorige grap, doet er een schepje bovenop: ‘Heb je iets te eten voor onderweg?’

Laatst was ze een week tuinieren in een moestuin in Groningen. Ik vond die week bijzonder lang duren.

Soms ligt er als ik thuiskom een bosje citroenmelisse op het tuintafeltje voor mijn huis: om thee van te maken. Of Kaapse kruisbessen, die ik alleen kende van desserts in goede restaurants – van die knisperende lampionnetjes die een zoete, oranje kers verbergen. Jikke neemt ze mee uit haar eigen moestuin, in Utrecht.

En in de steeg houdt ze de bloemetjes en plantjes bij, waarvan een deel bekendstaat als onkruid maar dat volgens haar niet is. Dan zit ze voorovergebogen op een piepklein krukje. Het ene plukje groen trekt ze tussen de stenen uit, terwijl ze het andere laat zitten. Hoe ze verschillen is mij onduidelijk, maar Jikke weet wat ze doet.

Soms wenkt ze: ‘Moet je zien, dit is akelei. Van de ranonkelfamilie.’ Ik knik dan, met een mengeling van bewondering en desinteresse.

Het ziet ernaar uit dat ‘de originals’ eindelijk een beetje aan ons gewend zijn

‘Môgge,’ antwoord ik op weg naar De Sjuut. ‘Hè, wat zijn je benen toch wit.’

Jikke woont al tweeëntwintig jaar in deze steeg – op één buurman na het langst van iedereen. In de buurt valt dat mee. In bijvoorbeeld de Lange Rozendaal en ‘de Kock’ vind je nog oorspronkelijke bewoners. Vaak wonen zij in het huisje waar zijzelf, of hun ouders, met acht broers en zussen zijn opgegroeid.

Vanaf 1994 kwamen er steeds meer mensen van buitenaf bij. Het ziet ernaar uit dat de originals eindelijk een beetje aan ons gewend zijn; ik kon algauw rekenen op een groet terug (knikjes tel ik mee), terwijl Jikke geloof ik heel veel citroenmelisse op tafeltjes heeft moeten leggen voor dat zover was. Nu mag ze overal partytenten lenen. In knisperende omhulsels schuilt soms een zoete kers.

Eenmaal op kantoor ontdek ik dat ik mijn laptop thuis heb laten liggen. Als ik de steeg weer in loop, zit Jikke daar nog, nu midden op straat. Rug naar me toe, benen in de ochtendzon. Fijn dat ze terug is uit Groningen.

fenna riethof vierkant Fenna Riethof

De (nu monumentale) huisjes werden vanaf 1842 gebouwd voor werknemers van bierbrouwerij De Boog en grote rooms-katholieke gezinnen. In 1952 kregen de woningen pas een eigen wc en in 1994 een complete opknapbeurt. 


2 reacties op “Kaapse kruisbessen”

  1. Fijn, sfeervol

  2. Lucie Kompier

    Wat mooi en treffend geschreven!
    Heel herkenbaar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *